|
Kies je tussenjas alsof hij bij je outfit hoort, niet als “extra deken”. Het werkt het best als hij lekker zit mét de lagen die jij echt draagt, en je niet meteen gaat zweten zodra het later opwarmt. Dan schakel je makkelijk tussen buiten en binnen: rits open, laag uit, klaar. Wil je voorbeelden zien van modellen die vaak onder een overgangsjas vallen, kijk dan eens naar tussenjas heren ter inspiratie. Begin bij je laagjes (dan voelt je jas ook echt goed)Pas je jas niet over alleen een T-shirt, maar over de laag die jij het vaakst aan hebt, bijvoorbeeld een trui of overshirt. Zo voel je meteen of het in het dagelijks leven klopt: thuis, op werk en onderweg. Check het model met simpele bewegingen: – Maak een “knuffelbeweging”: het moet soepel blijven tussen je schouderbladen, zonder trekken. – Strek je armen vooruit: de mouwen blijven netjes en het voelt niet strak. – Ga zitten (auto) of maak een fietsbeweging: de rits blijft recht en je schouders blijven vrij. Iets meer ruimte draagt vaak relaxter, zeker als je graag laagjes draagt. Een slanker model oogt strakker en netter, maar kan sneller krap voelen met een trui eronder. Draag je meestal een trui of overshirt, dan zit een regular fit vaak fijner. Draag je vooral een dunne knit of alleen een overhemd, dan kan een slanker model juist precies goed vallen. Kies je jas op je momenten (en accepteer dat één jas niet alles “perfect” doet)De jas die je het vaakst pakt, is meestal niet de “mooiste op de hanger”, maar degene die past bij jouw week. Denk dus eerst aan je momenten: werk, vrije tijd, reizen, veel lopen of juist veel binnen. Ga je vaak netjes de deur uit, dan oogt een iets langer of strakker model vaak rustiger over een overhemd. Het valt minder rommelig en voelt sneller “af”. Let wel op comfort: als je veel beweegt of veel binnen bent, wil je niet dat hij knelt of te warm wordt. Ben je veel onderweg, loop je veel of pak je vaak de fiets, dan is een korter model voor veel mannen praktischer. Het zit minder in de weg en beweegt makkelijker mee. Let op de lengte: je wilt genoeg dekking, ook als je bukt of fietst. Draag je regelmatig een colbert, kies dan een jas die daar soepel overheen valt, anders ga je het in je schouders en rug voelen. Heb je zowel nette als casual dagen, dan is denken in twee jassen vaak het simpelst: één netter voor werk en één casual voor vrije tijd. Weer: wind en spatregen zijn meestal de echte spelbrekersIn het tussenseizoen is wind vaak de grootste spelbreker. Een fijne tussenjas houdt tocht tegen en sluit prettig, zodat je warmte blijft hangen zonder dat het benauwd wordt. Let op hoe de jas “dicht” valt: de kraag moet prettig bij je nek liggen (zonder schuren) en de rits of knopen moeten sluiten zonder kieren waar lucht doorheen komt. Voor regen is een jas die een spat kan hebben op veel dagen genoeg. Verwacht je vaker echte buien, dan is een paraplu vaak net zo praktisch. Ga je voor duidelijk meer regenbestendigheid, dan krijg je meestal een sportievere uitstraling. Prima, zolang dat ook bij jouw stijl past. Kleur en details: zo pak je ’m echt vaak uit de kastKies een kleur die je makkelijk combineert, dan wordt het vanzelf je “grijp-jas”. Neutrale tinten werken meestal simpel met je broeken en schoenen. Wil je meer karakter, ga dan voor een uitgesproken kleur die matcht met wat je het meest draagt. Let ook op details die je elke dag merkt: een binnenzak waar je telefoon of portemonnee in past, een voering die soepel over een trui glijdt, en een lengte die klopt bij je kleding. Als je jas netjes blijft vallen tijdens lopen, zitten en fietsen, ga je ’m simpelweg vaker dragen. |
Goed artikel? Deel hem dan op:
Geen gerelateerde berichten.
