|
Begin bij wat je na afloop in een lastig gesprek echt wilt kunnen. Wil je vooral beter worden in je eigen zinnen, timing en regie? Dan heb je veel oefenrondes nodig, met feedback die je meteen weer kunt testen. Wil je juist je blik verbreden en veel situaties voorbij zien komen? Dan helpt een grotere groep, omdat je meer voorbeelden, stijlen en aanpakken hoort. Bij mastermediators.nl komt het in de kern neer op die keuze: veel oefenen op jouw gespreksvoering, of veel input uit de groep. Wat je in de praktijk merkt van kleinschalig versus grootIn een kleine groep ben je vaker zelf aan de beurt. Dat maakt het makkelijker om gericht te trainen op jouw intake, jouw openingszin, jouw manier van samenvatten en jouw interventies als het stroef wordt. Feedback wordt sneller concreet: wat je zei, wat dat deed in het gesprek, en wat je daarna kunt proberen. Door herhaling merk je vaak al tijdens de training dat je korter formuleert, scherper vraagt en sneller teruggaat naar het doel. In een grote groep krijg je meer variatie. Je ziet meer soorten casussen, hoort meer formuleringen en merkt hoe verschillend mensen reageren op weerstand of emotie. Dat is handig als je wilt snappen wat er allemaal kan gebeuren in mediation, en welke routes anderen kiezen. Deze vorm werkt het prettigst als vooraf duidelijk is hoeveel oefenmomenten erin zitten: leer je vooral door te kijken en te luisteren, of is er ook genoeg ruimte om zelf te doen? Praktisch: een oefengerichte setting zet je “live” neer. Anderen horen en zien je, en dat maakt het leerzaam omdat je meteen merkt wat er met je gebeurt. Ga je sneller praten, word je stiller, of ga je te veel uitleggen? Dan kun je dat direct trainen, bijvoorbeeld door eerst samen te vatten vóór je een vraag stelt, of door een korte pauze te nemen voordat je reageert. Waar je op let als je na afloop zekerder wilt zijnJe wordt sneller zekerder als je leerdoel concreet is. Dan kun je na afloop ook echt checken of het gelukt is. Denk aan: het gesprek terugbrengen naar de kern als emoties oplopen, structuur houden als mensen door elkaar praten, of een caucus oefenen (een apart gesprek met één partij) terwijl je regie helder blijft. Draait jouw doel vooral om timing, taal en regie, dan helpt een oefenintensieve setting omdat je meerdere rondes maakt en gerichte feedback krijgt. Zoek je juist meer duiding en kaders, dan geven een grotere groep of een verdiepingsdag vaak meer perspectieven. Bijvoorbeeld als je wilt sparren over hoe je een traject opbouwt, welke werkvormen je inzet, of hoe je afspraken zo formuleert dat ze later helder blijven richting een vaststellingsovereenkomst. Drie signalen dat dit type training niet lekker aansluit (en wat je dan wél zoekt)Je merkt meestal binnen één dagdeel of de vorm klopt met wat je nodig hebt. Drie signalen:
Zo maak je de keuze zonder gedoeKleinschalig past meestal beter als je merkbaar beter wilt sturen op taal en regie, en je het fijn vindt om meerdere keren hardop te oefenen waar anderen bij zijn. Groot past vaak beter als je veel voorbeelden wilt horen, verschillende stijlen wilt zien en je referentiekader wilt verbreden. Wat bijna altijd helpt: maak het meteen concreet met één vaste casus en één vaardigheid. Bijvoorbeeld: “in de eerste tien minuten sneller naar belangen” of “onderbreken zonder dat het bot klinkt”. Met zo’n focus voel je tijdens de training snel of je genoeg oefentijd krijgt, of juist genoeg input en voorbeelden. Zo kies je een vorm die aansluit op wat je er echt uit wilt halen. |
Goed artikel? Deel hem dan op:
Geen gerelateerde berichten.
